|
VS scherpt regels biologisch voedsel aan
23-02-2010 - (Novum/AP) - Wat maakt melk of vlees
biologisch? Na een lang debat heeft het Amerikaanse ministerie
van landbouw de definitie aanzienlijk aangescherpt. Biologisch
is voortaan vee dat een derde van het jaar buiten in de wei
heeft gegraasd. De nieuwe regels werden vrijdag aangekondigd.
Biologische melk en vleeswaren moet voortaan afkomstig zijn van
vee dat zeker vier maanden buiten heeft gegraasd. Dertig procent
van het voedsel van deze dieren moet afkomstig zijn uit grazen.
De oude regels stelden dat de dieren alleen 'toegang tot de
weide' moesten hebben.
Lees het hele artikel: http://www.trouw.nl/nieuws/wereld/article2987777.ece/VS_scherpt_regels_biologisch_voedsel_aan.html
Biologische sector heeft
baat bij betere communicatie over gezondheidsrisico’s van
biologische producten.
2-01-2010
Onderzoekers van Wageningen UR Livestock Research en Plant
Research International (beide onderdeel van Wageningen
University and Research centre) bepleiten een betere
communicatie over mogelijke voedselveiligheidsrisico's van
biologische producten. In een artikel in het wetenschappelijk
tijdschrift "Journal of Food Protection" van december 2009,
zeggen zij dat het gebrek aan openheid hierover, het publieke
vertrouwen in de biologische sector in de toekomst sterk kan
schaden.
Onderzoeker dr. ir. Bastiaan Meerburg (Plant Research
International): "Biologische veehouderijsystemen hebben veel
voordelen ten opzichte van gangbare systemen, met name op het
gebied van dierenwelzijn. De communicatie naar de consument gaat
meestal over dit aspect. Daar wordt zelden bij gemeld dat de
dieren door het open karakter van de biologische
veehouderijsystemen, makkelijker ziekteverwekkers, zoals
bacteriën, virussen en parasieten en milieuverontreinigende
stoffen kunnen oplopen. Die besmettingen kunnen ook in de
voedselketen terecht komen.”
Concrete voorbeelden van dergelijke mogelijke besmettingen zijn
de parasiet Toxoplasma gondii in varkensvlees en hogere
dioxine-gehaltes in biologische eieren. Op zich zijn deze
problemen niet ernstig en goed oplosbaar. Producenten en
distributeurs hebben de verantwoordelijkheid om het product zo
veilig mogelijk te maken, bijvoorbeeld door het testen van
biologische eieren op dioxinegehalte of het preventief invriezen
van varkensvlees zodat parasieten onschadelijk worden. Daarnaast
heeft ook de consument een verantwoordelijkheid door het product
op een juiste wijze te bereiden.
De onderzoekers stellen dat in de communicatie de
voedselveiligheidsrisico’s in de biologische sector nu nog
onderbelicht blijven. “Wij vinden dat een onwenselijke situatie.
Consumenten moeten weten dat sommige risico's inherent zijn aan
de keuze om dieren in een natuurlijker en welzijnsvriendelijkere
omgeving te houden. Dankzij deze gebalanceerde informatie kunnen
consumenten beter beslissen om een biologisch product wel of
niet aan te schaffen. Zo kunnen onaangename verrassingen worden
voorkomen, waardoor de biologische sector niet onnodig in een
slecht daglicht zal komen te staan."
‘To explore the potential of nature to improve the quality of
life’. Dat is de missie van Wageningen UR (University & Research
centre). Onze ruim 6.500 medewerkers en 10.000 studenten uit
meer dan honderd landen werken in ons domein ‘gezonde voeding en
leefomgeving’ overal ter wereld, zowel voor overheden als
bedrijfsleven. De kracht van Wageningen UR ligt in de bundeling
van gespecialiseerde onderzoeksinstituten, Wageningen University
en hogeschool Van Hall Larenstein en in de samenwerking van de
verschillende natuur- en maatschappijwetenschappelijke
disciplines. Hierdoor ontstaan wetenschappelijike doorbraken die
snel in de praktijk en in het onderwijs kunnen worden vertaald.
Dat is de Wageningen aanpak.
Bron: wur.nl
Consument wil biologische gemaksproducten
21-01-2009
Consumenten staan positief tegenover biologische
gemaksproducten, zo blijkt uit een onderzoek dat het LEI heeft
uitgevoerd binnen het Bioconnect programma van het ministerie
van LNV. Volgens een deel van de deelnemers zouden biologische
gemaksproducten het imago van biologisch zelfs ten goede komen:
ze maken ‘biologisch’ gewoner, hipper en toegankelijker.
Consumenten ervaren verder dankzij gemaksproducten de voordelen
van tijdsbesparing voor en tijdens het koken. De producten
helpen ook bij het maken van de keuze van wat er op tafel komt
en bij het voorkomen van mislukte maaltijden.
Voor het onderzoek is een diepte-interview afgenomen met 24
mensen die af en toe een biologische aankoop doen in de
supermarkt. Doel van het onderzoek was inzicht verkrijgen in de
zienswijze van consumenten op het combineren van biologisch
vlees en gemak. In de ondervraagde groep werden biologische
producten gezien als gewone producten voor gewone
gebruiksmomenten. Biologisch vlees werd door deze mensen gekocht
vanwege de smaak, een beter dierenwelzijn, vermeende positieve
effecten op de eigen gezondheid, natuurlijkheid en
milieuvriendelijkheid.
Een kleine helft van de ondervraagden koop biologisch vlees,
maar nooit altijd. Als voor biologisch vlees wordt gekozen is
dat niet voor speciale momenten. Gehakt wordt door de
ondervraagden het vaakst biologisch gekocht.
Tijdwinst en niet hoeven denken
Gemak wordt bij voedingsmiddelen in het algemeen geassocieerd
met tijdbesparing voor of tijdens het koken. Minder hoeven na te
denken over wat te eten en hoe dat te bereiden, geeft een
besparing van denkkracht die men blijkbaar liever aan iets
anders besteedt. Tenslotte zijn er ook mensen die vinden dat
gemaksproducten niet alleen denkkracht besparen maar ook
denkkracht geven. Voor hen zorgen de gemaksproducten voor
vernieuwing in het koken. Gemaksproducten worden niet gekocht
voor speciale momenten maar voor dagelijks gebruik.
Vlees is van zichzelf niet gemakkelijk
Ook bij vlees is tijdsbesparing het belangrijkste voordeel van
gemaksproducten. In tegenstelling tot gemak bij levensmiddelen
in het algemeen, dachten weinig tot geen deelnemers aan kant en
klaar vlees. Hooguit dacht men aan voorbewerkt vlees dat
gesneden, gekruid en/of gemarineerd is. Meer dan bij
levensmiddelen in het algemeen wordt gemak bij vlees vertaald
naar het voorkomen van mislukkingen en fouten. Vlees is naar de
mening van de ondervraagden niet gemakkelijk te bereiden en alle
hulp is daarbij welkom. Kip, biefstuk en gehakt zijn de
gemakkelijkste vleessoorten volgens de ondervraagden.
Gemak en biologisch: een gewenste combinatie!
Gemak en biologisch zijn goed met elkaar te verenigen volgens de
meerderheid van de deelnemers aan het onderzoek. Het aanbieden
van biologische gemaksproducten zou het biologische imago
bovendien wat “normaler” maken en wat “minder
geitenwollen-sokken, wat hipper en toegankelijker”. Slechts een
kwart van de deelnemers vindt de twee onverenigbaar omdat
bijvoorbeeld “veel verpakking niet past bij biologisch” en omdat
“gemak niet past bij de ambachtelijkheid van biologisch”. Andere
ondervraagden gaven weer aan dat ze bij de duurdere
gemaksconcepten juiste verwachten dat ze biologische
kwaliteitsingrediënten bevatten. Biologisch kan dus als
conceptversterker worden opgevat.
Bron: http://www.lei.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Consument_wil_biologische_gemaksproducten_persbericht.htm
Biologische producten geen vanzelfsprekendheid
Nederlanders eten onregelmatig biologische producten.
Slechts 31 procent van de Nederlanders eet regelmatig
biologische producten en 43 procent is best bereid om iets meer
te betalen voor verse en biologische producten, zo blijkt uit
onderzoek van MarketResponse.
Uit het onderzoek blijkt dat 54 procent van de Nederlandse
consumenten onregelmatig producten eet die biologisch zijn
geteeld.
52 procent van de consumenten heeft ‘geen probleem met het
huidige aanbod van verse producten in de supermarkt’. 26 procent
van de Nederlandse consumenten geeft aan dat de kwaliteit van
verse producten in de huidige supermarkten te wensen overlaat.
Van de ondervraagden zegt 35 procent behoefte te hebben aan een
supermarktketen met verantwoord en vers voedsel.
MarketResponse noemt het opvallend dat 45 procent van de
Nederlandse consumenten niet weet waar de verse producten uit de
supermarkt vandaan komen. 46 procent van de consumenten is het
oneens met de stelling 'Ik eet liever verse producten die uit
mijn eigen streek afkomstig zijn dan verse producten uit het
buitenland'. Terwijl 39 procent het met deze stelling eens is.
Deze onderzoeksresultaten zijn vandaag gepubliceerd, in de week
dat Albert Heijn met een actie begint waarbij klanten de komende
twee weken vijftien procent korting krijgen op biologische
producten van het eigen merk, zo is te lezen in het Algemeen
Dagblad.
Albert Heijn verspreidt deze week vijf miljoen zogenaamde
‘biologische tassen’, gemaakt van verantwoord materiaal.
De AH- winkels hebben tijdens de ‘biologische weken’ een groen
jasje.
AH wil met de actie zoveel mogelijk klanten kennis laten maken
met het biologische assortiment.
In het maartnummer van Tijdschrift voor Marketing staat een
artikel over bio-producten waaruit blijkt dat Albert Heijn
weliswaar de grootste aanbieder is van biologische producten als
het om supermarkten gaat, maar het totaal aanbod steekt schril
af tegen de de ons omringende landen.
Proef biologisch eten in schoolkantines
17-04-2007
In de kantines van 26 middelbare scholen in Noord-Holland worden
vanaf 18 april 2007 biologische broodjes, melk, vleeswaren en
fruit verkocht. Deze proef moet de middelbare scholier aanzetten
tot het eten van biologische producten.
Uit onderzoek van de Universiteit Wageningen blijkt dat 60
procent van de leerlingen van 14 tot 20 jaar, het prima vindt
dat er biologische producten op school worden verkocht. Daarbij
vinden ze het vooral belangrijk dat deze producten dier- en
milieuvriendelijk zijn. Verder moet het biologische eten wel
lekker zijn. De leerlingen zijn niet duurder uit als ze
biologische producten kopen.
De proef duurt tot eind 2007. In totaal krijgen 80.000
middelbare scholieren met het biologische aanbod te maken.
Wanneer het biologisch eten in de smaak valt bij de leerlingen,
zal het vanaf volgend jaar bij vrijwel alle Nederlandse
middelbare scholen worden verkocht.
Bron: Trouw/GezondheidsNet
Biologisch eten steeds populairder
4 april 2007
Nederlanders hebben in 2006 bijna 10 procent meer uitgegeven aan
biologische producten. Ze kochten vooral meer biologisch vlees,
brood en zuivel.
Vooral open teelt producten zijn geliefd
Het marktaandeel van biologische producten blijft overigens nog
heel klein, nog geen 2 procent van alle verkochte
voedingsmiddelen is biologisch. Toch is de sector, verzameld in
Biologica, tevreden over de cijfers.
Arie van den Brand van Biologica: ‘In het laatste kwartaal van
2006 groeide de omzet met wel 16 procent dus dat geeft
vertrouwen voor de toekomst.’
Biologische sector
De biologische sector profiteert van de gunstiger economische
situatie en van de toegenomen zorg om de klimaatsverandering.
Niet voor niets is Al Gore de belangrijkste spreker tijdens het
All Things Organic Congres dat in mei in Chicago plaatsheeft.
De biologische consument van nu is echter geen
wereldverbeteraar. ‘Hij draagt geen geitenwollen sokken, en is
zeg maar lichtgroen van kleur,’ zegt Van den Brand. ‘Wie nu
biologische voedingsmiddelen koopt, doet dat vooral om de betere
smaak.’
Open teelt
Inmiddels zijn sommige biologische producten al zo populair dat
er tekort aan is. Dat geldt vooral voor de zogeheten open teelt
producten als doperwten en wortelen.
Volgens André Brouwer van de Taskforce Biologische Landbouw
speelt het schaarste probleem ook in andere landen.
‘De Amerikaanse biologische supermarktketen Whole Foods heeft
een gigantisch pand van 27 duizend vierkante meter middenin
Londen gekocht om hun eerste Europese supermarkt in te vestigen.
Maar hun grootste probleem is om die schappen vol te krijgen.’
Bron Elsevier: Door Anouk Turkenburg
Nieuw lespakket over biologisch voedsel voor
basisschool
Vele duizenden basisscholieren gaan deze maand aan de
slag met lesmateriaal van Kids for Animals en stichting
Biologica over biologisch voedsel en het welzijn van
landbouwdieren. De bedoeling is om de kinderen bewust te maken
van de oorsprong van hun voeding en bovendien te attenderen op
biologische schoolmelk.
Het lespakket is intussen al door meer dan honderd scholen uit
alle delen van Nederland besteld en de verwachting is dat dit
aantal zal groeien tot minstens vierhonderd in de komende weken.
Uiteraard hopen Kids for Animals en Biologica met het nieuwe
materiaal te bereiken dat de scholen en leerlingen na de lessen
zich meer bewust zijn van de oorsprong van hun voeding. De
school of de klas kan daar in de praktijk vorm aan geven door
over te stappen op biologische schoolmelk.
Bron: Dierenbescherming
Chiquita maakt werk van bio
Afgelopen maand werd duidelijk dat Chiquita bezig is met het
produceren van Chiquita Bio Bananen. Volgens de multinational
moet het mogelijk zijn om deze bananen binnen twee jaar op de
markt te brengen. Dit als aanvulling op de gangbare Chiquita's.
Het pad van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen werd eind
vorig jaar al zichtbaar. De reguliere Chiquita bananen op de
Nederlandse markt kregen een certificatie van de Rainforest
Alliance. Deze certificering betekent dat er milieuvriendelijker
wordt geproduceerd op de plantages dan bij reguliere teelt. Ook
wordt er op gelet dat de arbeidsomstandigheden beter zijn dan
wat gebruikelijk is.
De certificering van de Rainforest Alliance is een grote stap
voorwaarts ten opzichte van de productieomstandigheden in het
verleden. Maar de criteria zijn duidelijk minder streng dan de
milieu-criteria van biologisch. En ook de sociaal-economische
criteria van fairtrade labels als Max Havelaar worden niet
gehaald.
De meest verantwoorde banaan blijft dan ook een dubbel
gecertificeerde banaan. Bijvoorbeeld de Eko-Oké banaan van
Agrofair. Deze is zowel biologisch als fairtrade gecertificeerd.

Europees logo naast EKO-keurmerk
Vanaf heden kan op biologische producten in Nederland behalve
het EKO Keurmerk ook het Europese keurmerk voor biologische
producten worden gebruikt.
Het Europese logo is handig voor fabrikanten die hun producten
in meerdere Europese landen aanbieden. Voor consumenten betekent
het dat zij op biologische producten behalve het bekende EKO
Keurmerk ook het Europese logo kunnen tegenkomen.
Controle
Biologische producten mogen pas biologisch heten als is
toegezien op de productie. Alle boeren, fabrikanten en
importeurs in Nederland die biologische producten produceren,
verwerken, verduurzamen, verpakken of importeren, zijn verplicht
zich te laten controleren. Ook biologische producten die worden
geëxporteerd naar Europa worden gecontroleerd. Wanneer de
productiewijze is goedgekeurd, mogen zij het keurmerk voor
biologische producten voeren. Behalve het nationale keurmerk kan
dat ook het Europese keurmerk zijn.
Beschermde term
Het is overigens niet verplicht het keurmerk te gebruiken. Ook
een product zonder EKO-keurmerk of het Europese keurmerk kan dus
biologisch zijn. De term ‘biologisch’ op de verpakking van een
in Europa gekocht product, geeft aan dat het levensmiddel in elk
geval voldoet aan de Europese regelgeving voor biologische
producten. Ook producten van buiten de Europese Unie, zoals
koffie uit Zuid-Amerika of avocado’s uit Israël, moeten voldoen
aan de Europese regels om binnen Europa als ‘biologisch’
verkocht te mogen worden. Behalve ‘biologisch’ kunnen ook termen
als ‘organic’ of ‘ökologisch’ worden gebruikt.
Nederlanders willen weidezuivel
Negen op de tien Nederlanders willen melk en kaas van koeien in
de wei. Zij zijn ook bereid meer te betalen voor weidezuivel.
Dat blijkt uit een opiniepeiling in opdracht van Stichting
Natuur en Milieu. Steeds meer koeien staan tegenwoordig het hele
jaar op stal. Dat is niet goed voor de dieren. En koeien horen
helemaal bij het Hollandse landschap.
De Nederlanders willen in overgrote meerderheid dat hun
supermarkt binnen een jaar zuivelproducten verkoopt die
gegarandeerd voor honderd procent afkomstig zijn van koeien in
de wei. Dat moet duidelijk op de verpakking staan. Men is graag
bereid een meerprijs te betalen – het gaat om een paar cent per
liter melk.
Veertig procent van de ondervraagden overweegt zelfs om voor
weidezuivel zonodig naar een andere supermarkt te gaan. Klanten
van Albert Heijn, Konmar, Plus, C1000 en Super de Boer hechten
het meeste belang aan weidezuivel.
Steeds meer melkkoeien staan het hele jaar op stal en komen
nooit buiten. De afgelopen vijftien jaar is dit toegenomen van
vijf naar zeventien procent van de koeien. Deze ontwikkeling
dreigt de komende jaren door te gaan. Natuur en Milieu komt
daartegen in actie. Als koeien in de wei staan, bevordert dat
hun gezondheid en welzijn. Het geeft ook minder vervuiling met
ammoniak uit mest. En, koeien in de wei - dat hoort helemaal bij
het Hollandse landschap. Algemeen directeur Mirjam de Rijk van
Natuur en Milieu: ‘De enquête wijst uit dat vrijwel alle
Nederlanders daar belang aan hechten. Zij willen daarom
weidezuivel. De bal ligt nu bij supermarkten. Wij gaan hen
aanspreken om ervoor te zorgen dat weidezuivel op de schappen
komt.’
Eerlijk en biologisch is de trend
10-02-2006
Steeds meer mensen kiezen voor consumptie met respect voor mens
en milieu. Zo is eerlijk geproduceerde kleding hipper dan ooit.
En als gerenommeerd ontwerper ben je verplicht een steentje bij
te dragen aan het verbeteren van de wereld.
Tijdens de jaarlijkse fashion week in New York viel op dat eco
niet alleen populair is onder milieuactivisten en
wereldverbeteraars. Biologisch katoen, hennep en andere eerlijke
grondstoffen zijn de nieuwe speeltjes van de trendsetters. Anno
2006 draagt de consument eerlijke kleding, eet slowfood, zit op
gerecyclede meubels en gebruikt organische make-up.
Biologisch eten is een feest, geen geloof
2006-04-24
De verkoop van biologische producten stijgt te langzaam. De
branche moet af van het oude imago. Kwaliteit, authenticiteit en
plezier in eten zijn de nieuwe norm. De bakken met knalrode
tomaten, pastinaak en andere authentieke Hollandse groenten
staan uitnodigend bij de ingang. Verderop liggen allerlei
delicatessen, aantrekkelijk uitgestald tussen verse kruiden en
opengeslagen kookboeken van onder meer Jamie Oliver. In de
winkel klinkt lounge; het motto is culinair genieten.
Zie hier de formule van Organic, een nieuwe biologische winkel
in de Amsterdamse Cornelis Schuytstraat. ‘Bij ons draait alles
om smaak en presentatie’, legt eigenaar Job Achthoven uit.
‘Biologisch eten is een feest, geen geloof’, zegt hij terwijl
hij een klant attendeert op een nieuwe paté.
Een paar straten verderop duiken we de Natuurwinkel in – met 71
winkels de grootste biologische winkelketen. De groente- en
fruitafdeling oogt rijk gesorteerd en kakelvers. Maar dan volgen
de schappen met bonen, linzen, noten en allerhande biologische
voedingsproducten. De indringende geur van de ouderwetse
reformwinkel overheerst de geur van versgebakken brood.
Genieten is hier niet de drijfveer, legt de bedrijfsleider uit.
‘Maar mensen kunnen tenminste wel terecht voor ál hun
boodschappen en de biologische industrie slaagt er steeds meer
in de smaak van producten te verbeteren.’
‘Het zou omgekeerd moeten zijn’, vindt trendwatcher Anneke
Amerlaan. ‘De biologische landbouw moet kijken naar het
eindproduct en daarop het productieproces aanpassen.’
De biologische landbouw is teveel in zichzelf gekeerd, vindt
Ammerlaan. ‘De sector wordt nog steeds teveel gedreven door een
dogmatische ideologie, terwijl een pragmatisch idealisme veel
beter te verkopen is.’
Volgens de trendwatcher moet de sector beter inspelen op
lifestyletrends. ‘De culinaire trend is authenticiteit; pure
ouderwetse smaken, seizoensgebonden groenten, eenvoud en
kwaliteit van producten; kortom het gedachtegoed van de
groeiende internationale Slow Food-beweging.’
En het is hard nodig, zo erkent ook Biologica, het platform voor
biologische landbouw en voeding. ‘We hebben jarenlang geprobeerd
om van het geitenwollensokkenimago af te komen met de slogan
‘Biologisch, eigenlijk logisch’. Maar daarmee zijn we voorbij
gegaan aan de toenemende vraag naar kwaliteit’, zegt directeur
Bert van Ruitenbeek. ‘In het buitenland heeft die verdieping wel
plaatsgevonden. In Amerika en in Groot-Brittannië zie je ketens
en supermarkten zoals Whole Foods die biologische voeding wel
weten de vermarkten met een imago van kwaliteit, authenticiteit
en genieten van lekker eten.’
Vorig jaar opende in Alkmaar de eerste Nederlandse biologische
gemakssupermarkt Ekoplaza. Directeur Jos Kamphuys denkt met zijn
‘drempelverlagende’ formule een breder publiek aan te trekken.
‘We lijken op een gewone supermarkt met goede service en goede
bereikbaarheid voor auto’s. Alleen is alles biologisch.’ Vorige
week gingen de deuren van het tweede filiaal in Bussum open.
Volgens Kamphuys is er een enorm potentieel van mensen die
duurzaam willen consumeren. ‘Maar nu worden ze afgeschrikt door
dat gesloten biologische wereldje.’ Kamphuys hoopt over een
aantal jaren meerdere vestigingen te hebben, ook in de grote
steden. ‘Dat zullen meer gemakswinkels worden à la Whole Foods
die meer luxe en kwaliteit uitstralen.’
Voorlopig moeten consumenten het voor de ware kwaliteitsbeleving
doen met kleinschalige initiatieven en vooral nog met
restaurants die zich toeleggen op authentiek of seizoensgebonden
voedsel. Restaurant De Kas in Amsterdam was een van de eersten,
maar steeds meer koks leggen zich toe op het zogeheten Slow
Food. Een goed teken volgens Ammerlaan, ‘want dergelijke
tegenbewegingen beginnen van bovenaf en worden dan langzaam door
de grote massa overgenomen.’ Illustratief vindt Ammerlaan de
introductie van de ‘natuurlijke’ productlijn Mona Puur.
‘Fabrikanten worden dus nu al beïnvloed.’
Uit de EKO-jaarmonitor die Biologica vorige week presenteerde
blijkt dat de omzet van biologische voeding vorig jaar is
gestegen met 1,4 procent tot 460,9 miljoen euro. Het
marktaandeel voor biologische producten ligt daarmee op 2
procent, voor versproducten bedraagt het marktaandeel 3 procent.
Het streven van minister Veerman van Landbouw het marktaandeel
in 2007 te verhogen naar 5 procent ligt, lijkt daarmee niet
realistisch.
Opvallend is dat de groei van bestedingen voornamelijk heeft
plaatsgevonden in natuurvoedingszaken (plus 5 procent), terwijl
supermarkten het aantal bestedingen zagen teruglopen met 2,6
procent.
‘Supermarkten hebben hier de slag niet weten te maken’, denkt
Van Ruitenbeek. ‘Alles draait om prijs. Maar het is een
misvatting dat mensen meer biologisch kopen als de prijs lager
is. Integendeel; mensen zijn bereid meer te betalen voor een
betere smaak.’
Smaak is in toenemende mate reden voor consumenten biologische
producten te kopen. ‘Tot nog toe was de eigen gezondheid of het
milieu en dierenwelzijn het belangrijkste motief voor onze
klanten biologisch te kiezen. Hoe meer beweegredenen, hoe meer
mogelijkheden in de markt’, zo hoopt Van Ruitenbeek.
Achthoven van Organic schat dat de meerderheid van zijn klanten
nooit eerder biologisch heeft gegeten. ‘Ze komen hier voor de
kwaliteit en de beleving van de producten. Mensen zijn echt wel
begaan met hun gezondheid, maar ze gaan geen krop sla eten
alleen maar omdat het biologisch is. Daar moet ook een betere
smaak tegenover staan.’
Bron: Volkskrant
Veerman wil Eko-keurmerk afschaffen
18-04-2006
Minister Veerman van landbouw wil dat de biologische sector in
Nederland zijn exclusieve Eko-keurmerk opgeeft. In duurzame
voedingsproducten kunnen dan biologische en gangbare
ingrediënten worden gemengd. Op het etiket zou dan moeten staan:
„bereid met biologische ingrediënten’’. Door die ruimere
invulling van het begrip ’biologisch’ kan de sector de
stagnerende afzet bij een groter publiek aan de man brengen.
De bewindsman deed zijn voorstel in het hol van de leeuw, op het
jaarcongres van de biologische sector gisteren in Rheden.
Volgens Veerman, die er zelf niet was maar zijn rede liet
voorlezen door topambtenaar Renée Bergkamp, staat de biologische
sector op een kruispunt. De naamsbekendheid is groot en er zijn
voldoende afzetkanalen, maar toch zijn de omzetcijfers geen
feestje, stelt Veerman.
Wil de sector een grote slag slaan dan moet hij ongebruikelijke
paden inslaan en aansluiting vinden bij de consument van de
21ste eeuw. Dat is een andere dan de consument van twintig jaar
terug: Hij hangt een nieuw soort idealisme aan, wil geen dogma’s
meer.
De wereldverbeteraar van nu is geen veganist, maar adopteert een
kip, hij gaat niet meer op fietsvakantie maar vliegt naar New
York en maakt daar via internet geld over voor de aanplant van
het aantal bomen dat nodig is om zijn CO2-gebruik te compenseren.
Idealisme mag leuk zijn, dat is de feel good economy en daar
hoort de feel good consumer bij. Het voordeel is dat
’biologisch’ zo meer reikwijdte krijgt. Het wordt licht
verteerbaar en steeds meer bedrijven en traditionele
organisaties zullen ervoor zijn te porren om biologisch te
omarmen, is Veermans verwachting.
Vertegenwoordigers van de sector reageerden als door een heel
wespennest gestoken. Directeur Peter Blom van de Triodos Bank,
de grootste financier van de biologische landbouw, vindt de
aanduiding „bereid met*” bedreigend voor de sector. „Wij hebben
onze keuze gemaakt. Daaraan valt nog veel te verbeteren en te
professionaliseren, maar de consument wil 100 procent biologisch.’’
Voorzitter Arie van den Brand van de koepel Biologica denkt er
net zo over: „Veerman denkt te veel vanuit de producent.” Een
biologische boer noemde Veermans voorstel het „alsof je een
Mercedes verkoopt met een Lada-motor”. Ook de wetenschapper dr.
Jurgen Tack, adviseur van de Belgische overheid, vindt het
voorstel van Veerman onverstandig. „Zo verwater je een sterk
merk. Ik ben het echter wel met Veerman eens dat de sector te
veel in zichzelf is gekeerd.”
Nederlanders eten iets meer biologisch, maar marktaandeel blijft
klein
Uit de Eko-Monitor van het Platform Biologica blijkt dat
Nederlanders in 2005 iets meer biologische producten kochten. De
groei is echter wederom beperkt. Consumenten gaven vorig jaar
samen 476,4 miljoen euro uit aan de levensmiddelen die op natuur-
en diervriendelijke wijze zijn geproduceerd. Dat is 1,4 procent
meer dan de 460,9 miljoen euro die ze hieraan samen in 2004
spendeerden. Daarmee is het marktaandeel van biologische voeding
iets gestegen, van 1,9 naar 2,0 procentOndanks de groei blijft
de productie en verkoop van bioproducten ver achter bij de
verwachtingen. De overheid en sector streven ernaar dat eind
volgend jaar 5 procent van alle boodschappen natuur- en
diervriendelijk is geproduceerd. Het rijk wil dat over ruim
anderhalf jaar 10 procent van de landbouw in Nederland
biologisch is. Anno 2005 was dat 2,5 procent. Nederlanders
hebben vorig jaar vooral meer biologische kaas, boter en brood
gekocht. Zo nam de afzet van kaas met bijna een vijfde toe.
Bioproducten als groenten en fruit waren iets minder in trek dan
voorheen. Met name de aardappelen deden het slecht. De omzet
daalde van 20 miljoen naar 17 miljoen euro. Aan vlees werd
hetzelfde uitgegeven, te weten: 67 miljoen euro. De verkoop van
varkensvlees
door Kees de Vré
Steeds meer biologische boeren verbreden hun bedrijf.
Bioboer is met nevenactiviteiten zijn gangbare collega ver
vooruit gestreefd
02-04-2006
Steeds meer biologische boeren verbreden hun bedrijf. Dat blijkt
uit een onderzoek dat door ketenorganisatie Biologica werd
uitgevoerd. Het gaat bijvoorbeeld om directe verkoop op
boerenmarkten, natuurbeheer, of het verzorgen van excursies.
Maar liefst 86% van de biologische boeren houdt zich met
nevenactiviteiten bezig, terwijl slechts 17% van de reguliere
boeren dat doet.
„Vroeger werden winkeltjes bij de boerderij vooral als schattig
beschouwd, maar dit soort activiteiten levert vaak een
substantiële bijdrage aan het bedrijfsresultaat”, aldus
Biologica- directeur Bert van Ruitenbeek. De neveninkomsten zijn
soms ook financieel noodzakelijk. De resultaten van het
onderzoek worden aanstaande woensdag gepresenteerd op het
EKO-congres in De Steeg.
Lees ook: Biologische boer is vooral drukbezet baasje
Auteur: Seije Slager
Bron: Trouw
Biologische bedrijven koplopers in multifunctionele landbouw
05-04-2006
Uit marktonderzoek van Biologica, de ketenorganisatie voor
biologische landbouw en voeding, blijkt dat biologische boeren
en tuinders voorop lopen in de multifunctionele, ofwel verbrede
landbouw. De belangrijkste vorm van verbreding is directe
verkoop van producten aan consumenten op de boerderij.
Natuurbeheer, excursies en zorgboerderijen zijn andere
voorbeelden van groene en maatschappelijke diensten waar
biologische boeren zich sterk mee profileren.
Maar liefst 60% van de 226 respondenten doet aan directe verkoop
van biologische producten. Hierbij gaat het om aardappelen,
groente en fruit, vlees en zuivel. Meer dan de helft vult het
assortiment aan met biologische producten die niet op de eigen
boerderij zijn geproduceerd. De verkoop vindt meestal plaats in
een winkel op het erf of via een webwinkel. De bedrijven met een
grote omzet (meer dan € 50.000 per jaar) richten zich naast
verkoop in de boerderijwinkel met name op abonnementsystemen en
boerenmarkten.
Groei verwacht
Boeren zijn positief gestemd over de groeimogelijkheden en de
marktperspectieven ten aanzien van directe verkoop aan
consumenten. In de komende twee jaar wordt een omzetstijging
verwacht van 8% per jaar. De middelen die ze hiervoor inzetten
zijn kwaliteitsverbetering, assortimentsverbreding en lokale
promotieactiviteiten. De ondernemers vinden het contact met de
klant zeer belangrijk. Hun oorspronkelijke keuze voor de
biologische productiewijze heeft vooral te maken met milieu- en
duurzaamheidsoverwegingen.
Vergelijking gangbare landbouw
Multifunctionaliteit en verdieping van landbouwactiviteiten
wordt ook voor de gangbare landbouw gezien als een belangrijke
motor voor een vitaal platteland. In 2003 deed bijna 17% van de
gangbare bedrijven aan één vorm van multifunctionele landbouw
(LEI, 2004). Biologische boeren, zo blijkt uit het onderzoek van
Biologica, hebben gemiddeld 2,2 aanvullende activiteiten.
Hoewel ervan uitgegaan kan worden dat naar verhouding meer
‘multifunctionele bedrijven’ hebben deelgenomen aan het
onderzoek, geeft dit een trend aan dat biologische boeren meer
aan multifunctionele landbouw doen dan gangbare boeren. Op basis
van dit onderzoek en de geregistreerde huisverkopers in de
EKO-gids, schat Biologica dat het om ongeveer de helft van alle
biologische boeren en tuinders gaat.
Bron: Biologica
Te veel suiker: ook in biovoeding?
15-02-2006
Dat snoep, frisdrank en gebak ware suikerbommen zijn, is allang
geweten. Maar ook ontbijtgranen, melkdrankjes en yoghurt
bevatten meer toegevoegde suikers dan goed is voor de consument.
Geldt het suikeralarm ook voor biologische voedingsproducten? De
Biotheek stak zijn licht op bij drie zoetekauwen.
Een recente studie van Test-Aankoop (1) bevestigt dat veel
voedingsproducenten al te kwistig omspringen met toegevoegde
suiker. De consumentenorganisatie verwacht van de overheid dat
ze het suikergebruik strenger reglementeert en de consumenten
beter informeert. Fevia verzet zich tegen de betuttelende aanpak.
“De consument kan kiezen tussen producten met een traditioneel
suikergehalte en andere met een beperkt suikergehalte of met
suikervervangers”, luidt het bij de federatie van de
voedingsindustrie (2). “De overheid moet de consument niet bij
het handje nemen”.
Moeten we daaruit afleiden dat de verantwoordelijkheid voor een
te hoog suikerverbruik in de eerste plaats bij de consument ligt?
“De verantwoordelijkheid ligt zeker ook bij de voedingsbedrijven”,
reageert Leo Borms, manager van peperkoekfabrikant Vondelmolen
en bestuurder bij Fevia Vlaanderen.
“Het zijn de consumenten die te veel eten, maar ze worden
daartoe verleid door de producenten, dus moeten die laatste ook
hun verantwoordelijkheid opnemen. Ik zie voor de bedrijven en de
overheid een gedeelde dubbele taak: pistes voor suikerreductie
en -vervanging onderzoeken en toepassen enerzijds en met alle
mogelijke middelen communiceren over het belang van voldoende
beweging anderzijds.”
Jos Corthouts, manager van BioKorn Biscuits, treedt zijn collega
bij: “De meeste mensen eten te veel in verhouding tot hun
fysieke inspanningen (arbeid, sport). Je lost dit probleem niet
op door iedereen suikervrije voeding te geven. Suikervrije
voeding is bestemd voor mensen met specifieke
gezondheidsproblemen zoals obesitas of diabetes.
Voor wie geen last heeft van die gezondheidsproblemen, is er
geen enkele reden om alle suiker uit de voeding te bannen, wel
om de hoeveelheid suiker te doseren. Dit gaat ook op voor
bijvoorbeeld zout en vet. 'Alles met mate en goed gebalanceerd'
moet de kernboodschap zijn in de bedrijfs- en
overheidscommunicatie over voeding.”
De ene suiker is de andere niet
Suiker is geen eenduidig product: het is de verzamelnaam voor
alle voedingsstoffen die tijdens het verteringsproces omgezet
worden in koolhydraten, een belangrijke energieleverancier voor
het lichaam. Zowel glucose, fructose, maltose, sacharose (=
sucrose) als lactose vervullen die rol. In de gangbare
voedingsindustrie wordt er vooral met de geraffineerde vormen
van deze natuurlijke zoetmiddelen gewerkt. Door het
raffinageproces zijn ze ontdaan van hun begeleidende
voedingsstoffen (mineralen en vitamines) en dus als 'lege'
calorieën te beschouwen.
Bovendien worden er in het raffinageproces allerlei soorten
chemische producten gebruikt. De jongste dioxinecrisis heeft nog
maar eens aangetoond dit niet zonder risico is… Vooral om die
twee redenen geven de meeste biologische verwerkers de voorkeur
aan ongeraffineerde zoetmiddelen, zoals vers fruit, gedroogd
fruit, fruitsappen, honing en ongeraffineerde ruwe rietsuiker
(3).
Daarnaast maken veel bioverwerkers gretig gebruik van allerlei
siropen, gemaakt van bijvoorbeeld dadels, appels, peren, agave
(4) of ahorn (5). “Ook graansiropen liggen bij bioverwerkers
goed in de markt”, stipt Jos Corthouts aan. “Door een traag
gistingsproces wordt het zetmeel uit het graan (tarwe, rijst,
gerst, spelt, mout of maïs) omgezet in verschillende types
koolhydraten (6). Er gebeurt hierbij geen raffinage, zodat de
natuurlijke suikers nog vergezeld zijn van de originele
nutriënten van het graan.”
Zuivere siropen
De graansiropen die we in de koekjes van BioKorn Biscuits
aantreffen, zijn afkomstig van Meurens Natural, een bedrijf dat
sinds 1994 gespecialiseerd is in de productie van siropen op
basis van biologische granen. “We doen een beroep op een zuiver
productieproces om een zuiver product te maken”, legt
afgevaardigd bestuurder Léopold Meurens uit.
“Het is onze ambitie de consument een zo natuurlijk mogelijk
product aan te bieden. We voegen niets toe aan onze grondstof:
biologische granen. Doordat we kiezen voor een natuurlijke
hydrolyse van het graan, zonder enige raffinage, behoudt het
eindproduct de voedingseigenschappen van de grondstof en is het
rijk aan oligo-elementen en mineralen. Niet alleen de consument,
maar ook het milieu heeft baat bij dit zuiver productieproces.”
Volgens Léopold Meurens is het de verdienste van de biosector om
de mensen weer te laten wennen aan producten met minder en
ongeraffineerde suiker. “De gangbare voedingsindustrie heeft ons
de voorbije decennia een mierzoet smaakpatroon opgedrongen.
Biovoeding wijkt bewust van dat smaakpatroon af. Biovoeding
wordt verondersteld elk ingrediënt en elke smaak tot zijn recht
te laten komen, en dat breng je in het gedrang als je te veel
suiker gebruikt.”
Frederika Hostens in samenwerking met Probila, de nationale
beroepsvereniging van verwerkers en verdelers van de producten
van de biologische landbouw, met dank aan dr. Geert Verhelst,
wetenschappelijk adviseur bij Mannavita
Zoete lectuurtips
- Het boek Suiker & Zoetstoffen van dr. Geert Verhelst, te koop
in natuurvoedingswinkels.
- Dossier over suikers en biovoeding van Véronique
Bourfe-Rivière (in het Frans).
- Dossier over suiker en zoetstoffen van de Wageningen
Universiteit.
Noten
(1) De resultaten van het suikeronderzoek verschenen in Test
Gezondheid februari-maart 2006.
(2) Lees hier het volledige persbericht van Fevia (pdf in het
Nederlands).
(3) Ongeraffineerde ruwe rietsuiker wordt ook wel oersuiker,
sucanat of rapadura genoemd.
(4) Agavesiroop, agavenectar, agavehoning of 'miel de maguey' is
het fructoserijke, ingedikte sap van de Agave americana (Honderdjarige
aloë, Stekelige agave).
(5) Ahornsiroop of esdoornsiroop is het ingedikte, zoete sap dat
onttrokken wordt aan de esdoorn of ahornboom.
(6) Voornamelijk maltose (twee glucosemoleculen aan elkaar) en
maltodextrines (middellange suikerketens van drie of meer
glucosemoleculen aan elkaar). In graansiropen is er niet veel
vrije glucose en amper fructose aanwezig.
Bron: Bioforum.be
Er zijn nog zoveel redenen voor bio-eten
9-02-2006
Biologische groenten dragen meer dan gangbaar voedsel bij aan
een gezond milieu. Ook daarom moet de politiek de biologische
landbouw steunen.
Vandaag debatteert de Tweede Kamer over biologische landbouw. De
doelstelling van de regering is dat in 2010 minimaal 10 procent
van het landbouwareaal hiervoor bestemd is, en die lijkt met de
huidige 2,5 procent nog ver weg. Maar de sector groeit gestaag.
Waar steeds minder geld uitgegeven wordt aan voedsel en steeds
meer boeren en tuinders stoppen, blijft de biologische sector in
de lift.
Al jaren is er een brede discussie gaande over positionering van
de biologische sector. Moet biologisch gewoon zijn, of juist
bijzonder? Gaat het over milieu, over gezondheid over smaak? Er
zijn talloze consumentenonderzoeken verricht en er zijn ook veel
verschillende slagzinnen gehanteerd. Logisch, gezien het scala
aan argumenten waarom mensen –van Jan Modaal tot hedonisten tot
al dan niet vegetarische idealisten– biologische producten kopen.
Beter gezegd wat is de kern van de verwarring?
’Biologische groenten niet gezonder dan gangbare groenten’ kwam
onlangs in kranten en tv-journaals naar aanleiding van een
steekproef van de Consumentenbond. Kennelijk heeft de
buitenwereld de biologische sector een gezondheidsclaim
opgespeld om die vervolgens te ontkrachten. De sector kijkt zelf
een beetje verbaasd toe. De kern van de biologische landbouw en
voeding is dat de voedselproductie weer wordt gebaseerd op
ecologische draagkracht van de directe omgeving, zonder
ingrijpen en opjagen met kunstmest en bestrijdingsmiddelen en
met respect voor dieren. Dit vanuit de wetenschap dat gezonde
voeding voortkomt uit een gezond landbouwsysteem. Biologische
topkok Eric van Veluwen noemde bio-boeren in dit kader: ’De
apostelen van deze tijd’.
Het is nog maar twee generaties geleden dat landbouw en voeding
sterk in onze cultuur waren verankerd. Na de Tweede Wereldoorlog
nam de industrialisering van landbouw en voeding een enorme
vlucht. Een revolutionair proces dat veel heeft opgeleverd,
zoals een ruim aanbod van betaalbare voeding en gemak. Helaas
verdween de kritische zelfreflectie. Chemische kleur- geur- en
smaakstoffen werden steeds belangrijker omdat de smaak tijdens
de grootschalige verwerkings- en distributieprocessen verloren
ging. Minister Veerman van LNV repte onlangs terecht over het
belang van smaakles op basisscholen. Een ander gevolg was de
vervreemding van de burger van landbouw en voeding. Kinderen
weten echt niet meer waar de melk vandaan komt.
Wat kan biologische landbouw en voeding hier bieden en zijn er
meetbare voordelen? Jazeker, de biologische landbouw scoort
beter als het gaat om bodemvruchtbaarheid en bodemleven.
Daarnaast is er volgens recent Brits onderzoek een grotere
verscheidenheid aan vogels, vlinders en insecten en
plantensoorten op en rond de bedrijven.
En is het ook gezonder? Het belangrijkste is dat we meewerken
aan een gezond milieu. Verder is de biologische productiewijze
vrij van chemisch-synthetische middelen en worden antibiotica
met grote terughoudendheid gebruikt bij de ziekte van dieren. We
constateren dat de grote voedselschandalen van de laatste jaren
vrijwel altijd voortkomen uit de strijd om de laagste prijs,
waardoor stoffen als dioxine in veevoeder terecht komen.
Kunnen dit soort dingen nooit gebeuren in de bio-sector? Jawel,
maar de kans is veel kleiner. Als het gaat om ’kwaliteit’ heeft
de biologische landbouw naast gedegen controles het pluspunt van
de transparantie, door het vaak intensieve contact tussen boer
en consument. Denk aan open dagen, acties als ’adopteer een kip’
en directe verkoop op de boerderij, waar de consument kan zien
waar zijn producten vandaan komen.
Is dit allemaal exclusief biologisch? Nee, maar we zijn wel
voortrekker op belangrijke vraagstukken van deze tijd. Namelijk
betrokkenheid bij je eigen omgeving, gezonde voeding (obesitas
neemt een vlucht door te zoet en te vet eten) en behoud van
biodiversiteit (het verdwijnen van soorten vormt volgens de FAO
de grootste bedreiging voor de toekomstige voedselvoorziening).
Kijken we naar de som der delen en de verankering van landbouw
en voeding in onze samenleving, dan is de biologische landbouw
onbetwist koploper duurzaamheid, gezondheid en innovatie.
Al met al is de biologische sector een onmisbare speler om tot
duurzame landbouw en voeding te komen die de volle steun
verdient van de politiek. En is het is de verantwoordelijkheid
van kamerleden om zich niet te laten leiden door incidentele
onderzoeken, maar een richting te bepalen voor een duurzame
landbouw. Met name de boeren en tuinders verdienen daarvoor onze
steun. Want al zijn het natuurlijk niet allemaal apostelen, ze
zijn wel de leveranciers van groene diensten die horen bij onze
cultuur en landschap.
Bert van Ruitenbeek is directeur van Biologica, ketenorganisatie
voor biologische landbouw en voeding.
Auteur: Bert van Ruitenbeek
Bron: Trouw
|